U bevindt zich op: HomeOnderwerpenStaatsexamens NT2Uitslag en Diploma

Uitslag en Diploma

De uitslag van uw examen komt na ongeveer vijf weken op de website van DUO te staan. Om uw uitslag te kunnen inzien hebt u uw examennummer nodig. Bewaar dat nummer dus goed.

U krijgt na ruim vijf weken ook een brief met de uitslag van het examen. Misschien hebt u de uitslag nodig om te kunnen beginnen met een opleiding. Houd hier dan rekening mee. Meldt u op tijd aan voor een examen.

Er zijn twee uitslagen mogelijk: 'voldoende' of 'onvoldoende'. Het is dus niet zo dat de kandidaat een cijfer of percentage krijgt; de uitslag geeft alleen aan of het niveau wel of niet wordt beheerst.

Als een kandidaat voor alle vier onderdelen (Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken) is geslaagd, ontvangt hij het Diploma NT2. Als hij maar voor één, twee of drie onderdelen van het examen is geslaagd (niet voor alle vier), dan krijgt hij een certificaat per onderdeel. Een certificaat blijft onbeperkt geldig. Als de kandidaat later de andere onderdelen haalt, kan hij zijn certificaten bij DUO inwisselen voor het Diploma NT2.

Beoordeling Lezen en Luisteren

Bij Lezen en Luisteren worden alle goede antwoorden bij elkaar opgeteld. Voor beide examens zijn er het hele jaar bijna elke week afnames met steeds andere examens. Ook kan het aantal opgaven per examen verschillen. Hierdoor is de grens tussen voldoende en onvoldoende steeds iets anders. Dat betekent dat u bij het ene examen meer punten moet halen om te slagen dan bij het andere. Bij elk examen wordt opnieuw bepaald wat de grens tussen voldoende en onvoldoende is.

Een computer zet de punten die u voor een examen haalt, om naar een score. Deze score ligt tussen de 100 en 900. Om te slagen moet u minimaal 500 punten scoren. Scores onder de 300 en boven de 600 komen heel weinig voor.

Beoordeling Schrijven en Spreken

De Schrijf- en Spreekexamens worden beoordeeld aan de hand van beoordelingsvoorschriften. Deze voorschriften vindt u bij de voorbeeldexamens.

Schrijven

Het antwoord wordt altijd eerst op de inhoud beoordeeld. Dit noemen we 'adequaatheid'. Hiervoor moet uw tekst leesbaar zijn. Ook moet de tekst in de Nederlandse taal geschreven zijn en de juiste informatie bevatten. Deze informatie moet ook logisch passen bij de opdracht. Het is dus erg belangrijk dat de tekst begrijpelijk is. De tekst moet ook passen bij het publiek (persoon of personen waarvoor de tekst bedoeld is) en bij de functie van de tekst (iemand feliciteren, iemand informeren of iemand adviseren etc.).

Verder worden alle teksten op grammatica beoordeeld. Dit betekent dat er wordt gelet op de volgorde van de woorden in de zinnen. We letten ook op bijvoorbeeld correct gebruik van werkwoorden en voorzetsels.

Bij de korte en lange schrijfopdrachten wordt bij de beoordeling ook gelet op:

  • de spelling: hebt u de woorden correct geschreven?
  • de samenhang van een tekst: hebt u de zinnen in een logische volgorde opgeschreven?
  • de opbouw van een tekst (alleen bij Programma II): hebt u de informatie op een logische plaats in de tekst geschreven?
  • het woordgebruik in een tekst: hebt u voor de juiste woorden gekozen?

Spreken

U moet uw teksten verstaanbaar en in het Nederlands uitspreken. Uw teksten moeten ook passen in de situatie van de opdrachten.

Als dat het geval is, wordt de inhoud van het antwoord beoordeeld (is het antwoord logisch en duidelijk?). Daarna volgt de beoordeling van de vormaspecten, net als bij Schrijven. Bij Spreken zijn dat:

  • de woord- en zinsbouw (grammatica): staan de woorden bijvoorbeeld in de goede volgorde?
  • de woordkeus: hebt u voor de juiste woorden gekozen?
  • de uitspraak: hebt u uw woorden correct uitgesproken?
  • het tempo: hebt u niet te langzaam gepraat?
  • de coherentie (de samenhang): hebt u een logisch verhaal verteld?

De beoordeling voor Schrijven en Spreken is moeilijker dan die van Lezen en Luisteren. Daarom zijn er bij het officiële examen altijd twee beoordelaars die uw examenwerk apart beoordelen. Hiervoor gebruiken ze de beoordelingsvoorschriften. Het gemiddelde van de twee beoordelingen is de eindscore. Als de twee beoordelingen heel veel van elkaar verschillen, moet nog iemand het examen beoordelen. De eindscore is dan het gemiddelde van de twee beoordelingen die het dichtst bij elkaar liggen. 

 
Slagingspercentages Staatsexamen NT 2 Programma I 2008 - 2013 (B1/2F)

 

Lezen

Schrijven

Luisteren

Spreken

2008

59

61

63

66

2009

61

57

56

63

2010

58

58

51

66

2011

59

53

47

65

2012

53

52

47

63

2013

61

57

59

69

 
Slagingspercentages Staatsexamen NT 2 Programma II 2008 - 2013 (3F)

 

Lezen

Schrijven

Luisteren

Spreken

2008

67

62

70

77

2009

69

65

70

80

2010

72

67

64

81

2011

73

69

64

84

2012

65

68

66

82

2013

76

74

76

87

Toelichting bij bovenstaande tabellen

De resultaten op Programma I werden gemiddeld elk jaar iets lager in de periode 2008 - 2012. Vanaf 2013 is er weer een toename van aantallen geslaagden. Een mogelijke verklaring voor die ontwikkeling is de verandering van de wetgeving inburgering en het beleid met betrekking tot de gemeentelijke cursussen. Opleidingen voor cursisten die in het kader van de inburgering aan trainingen voor de Staatsexamens NT2 deelnamen werden gefinancierd voor de opleiding en de deelname aan het examen, ongeacht de uitkomst van het examen. Het is zeer waarschijnlijk dat er ook cursisten aan de examens deelnamen die er nog niet aan toe waren of het vereiste niveau zeker nog niet bereikt hadden.

De onderdelen Lezen en Spreken worden door deze groepen kandidaten beter gemaakt dan de onderdelen Schrijven en Luisteren. Daar is niet echt een goede verklaring voor.

Bij Programma II zijn de resultaten van alle onderdelen in het jaar 2013 toegenomen. De resultaten op Luisteren waren enkele jaren op een lager niveau dan de andere vaardigheden, maar dat is in 2013 veranderd.

Verder is duidelijk geworden dat er nog steeds grote regionale verschillen tussen de slagingspercentages bestaan. De slagingspercentages in Zwolle, Eindhoven en Breda liggen al jaren op hetzelfde, hoge niveau (508), terwijl men bijvoorbeeld in Amsterdam bij geen enkele vaardigheid (ook niet bij Spreken) met een gemiddelde score boven de 500 punten uitkomt.